play / pauze / stop
 

Er wordt zoveel gepraat over overgewicht en afvallen, krijgen mensen daar geen anorexie van? Ik vraag me dat zelf ook wel eens af. Mijn columns gaan ook vaak over diëten en afvallen.[1]

Anorexie heet officieel ‘Anorexia Nervosa’. Het is een vreemde aandoening. Het treft vooral meisjes tussen de 15 en de 25. Bij jongens komt het minder voor. Die meisjes lijnen tot ze vel over been en zijn, en dan vinden ze zichzelf nog steeds te dik. Ze zijn vaak hoog opgeleid, ambitieus, intelligent, weten alles van voeding en toch kunnen ze niet onder ogen zien wat er met ze aan de hand is. Laat staan dat ze ermee kunnen stoppen. Typisch voorbeeld hoe weinig grip een mens heeft op zijn eigen gedrag.

Anorexie is gevaarlijk, minstens één op de tien patiënten overleeft het niet.[2] Het is ook heel hardnekkig. De meesten komen er nooit echt van af.2

Anorexiepatiënten verstoppen hun aandoening. Daarom is het lastig vast te stellen of hun aantal toeneemt. Maar gelukkig hebben wij in Nederland de Groeistudies van TNO. Daarbij worden om de tien tot 15 jaar grote aantallen kinderen en tieners nauwkeurig gemeten en gewogen. Ook meisjes van achttien, en dat is typisch de leeftijd voor anorexie. In 1980, dus ruim dertig jaar geleden, was één op de 34 van die achttienjarige meisjes extreem mager.[3] Daar zat ongetwijfeld een flink aantal bij met een of andere soort anorexie.[4] In 1997, dus 14 jaar geleden, toen er al veel gepraat werd over afvallen, was het aantal extreem magere meisjes verminderd tot één op de honderd,3 en nu onlangs, in 2009, was ongeveer één op de vijftig extreem mager.[5]

Dat is slecht nieuws, en goed nieuws. Het slechte nieuws is dat er zoveel extreem magere meisjes zijn - ook jongens trouwens. De leerboeken praten over één anorexiepatiënt op de paar honderd jonge vrouwen.[6] Het blijken er dus meer te zijn. Het goede nieuws is dat het ondanks alle gepraat over vetzucht in de media en al die superslanke modellen niet erger wordt, er zijn er nu ongeveer evenveel als in 1980.[7] Maar dat is al erg genoeg.



[1] In 2009, 2010 en 2011 gingen per jaar ca acht van mijn wekelijkse BNR columns direct of indirect over vetzucht of afvallen.

[2] Mehler P. Anorexia nervosa in adults and adolescents: Medical complications and their management. UpToDate 19.3 last updated: January 19, 2011. 

Herzog W, Deter HC, Fiehn W, Petzold E. Medical findings and predictors of long-term physical outcome in anorexia nervosa: a prospective, 12-year follow-up study. Psychol Med. 1997. DOI: 10.1017/S0033291796004394.

Sullivan PF. Mortality in anorexia nervosa. Am J Psychiatry. 1995

[3] van Buuren S. Afkapwaarden van de 'body-mass index' (BMI) voor ondergewicht van Nederlandse kinderen.  Ned Tijdschr Geneeskd. 2004 

[4] Extreem mager (‘ernstig ondergewicht’) werd gedefinieerd als een BMI van minder dan 17. Onder deze extreem magere meisjes zat ongetwijfeld een aantal die van  psychiaters een andere diagnose zouden hebben gekregen, bijvoorbeeld ‘eetstoornissen niet anderszins omschreven’. Voor de vraag of meer mensen tegenwoordig ziekelijk vermageren vanwege de aandacht voor vetzucht, maakt het echter weinig uit in welke psychiatrische subcategorie de patiënten precies thuishoren. (Klein D, Attia E. Anorexia nervosa in adults: Diagnosis, associated clinical features, and assessment. last updated: October 31, 2011. http://www.uptodate.com/ 

Ge­zond­heids­raad. Voor dik en dun. Pre­ven­tie van over­ge­wicht en obe­si­tas en het risico op eet­stoor­nis­sen. 2010. 

[5] Schönbeck Y, Talma H, van Dommelen P, Bakker B, Buitendijk SE, Hirasing RA, van Buuren S. Increase in prevalence of overweight in dutch children and adolescents: a comparison of nationwide growth studies in 1980, 1997 and 2009. PLoS One. 2011.
 
[6] Fairburn CG, Hill AJ. Eating disorders. Ch 27 in Geissler & Powers. Human Nutrition. 11th Edition, Elsevier, 2005, gebaseerd op Hoek HW, van Hoeken D Review of the prevalence and incidence of eating disorders. Int J Eat Disord. 2003. Bovendien is de definitie van ‘ernstig overgewicht’ in de Nederlandse Groeistudies strenger, namelijk een BMI van minder dan 17 terwijl de leerboeken 17.5 hanteren. Het aantal meisjes met een BMI van minder dan 17.5 is dus in Nederland nog meer dan 1 op de 50.

[7] Dat komt overeen met het algemene beeld in de wetenschappelijke literatuur, maar dat is maar zelden gebaseerd op metingen van lengte en gewicht bij een representatieve steekproef van de bevolking. Zie bijvoorbeeld  Hoek HW. Incidence, prevalence and mortality of anorexia nervosa and other eating disorders. Curr Opin Psychiatry. 2006. DOI: 10.1097/01.yco.0000228759.95237.78