alt

 

BNR: U spreekt over genetisch gemanipuleerde voeding, ik hoor die term vaker vallen.

Katan: Zo wordt dat door tegenstanders genoemd. De voorstanders zeggen genetisch gemodificeerde voeding. Zelfs over de naam zijn ze het niet eens. Ik spreek zelf van gentechvoedsel, dat is kort en redelijk neutraal.

BNR: Voordat we verder gaan praten over dat mijnenveld: komen wij in het dagelijks leven veel genetisch gemodificeerde producten tegen in onze voeding?

Katan: Wereldwijd is de meeste soja al gentechsoja. Het zou je verbazen hoeveel soja wij eten in de vorm van sojaolie, bijvoorbeeld in pizza’s, margarine, slaolie, koekjes en friet. Soja-eiwit gaat ook in veel producten. De tarweplanten waar de tarwe voor brood uit komt, en de maïsplanten voor veevoer worden ook steeds vaker met behulp van die moderne genetische technieken verbeterd. Dat betekent dat ze minder last hebben van insecten, beter tegen bepaalde bestrijdingsmiddelen kunnen, dat het graan misschien langer bewaard kan worden en hopelijk ook dat het beter smaakt of gezonder is, hoewel dat een beetje achteraan komt. Alle belangrijke voedingsgewassen worden op de moderne manier veredeld, dus met genetische manipulatie.

BNR: Dat geldt alleen voor landen buiten de Europese Unie, want Europa houdt de komst van genetisch gemodificeerd voedsel tegen. De tegenstanders springen volop in de bres, zoals Greenpeace.

Katan: Ik denk dat hun zorg is dat door die speciale zaden de macht over ons eten in handen komt van grote technologische zaadbedrijven zoals Monsanto. Dat vind ik ook een griezelig idee, dat de industrie de macht krijgt over onze voedselvoorziening.

BNR: Zijn er dan geen instanties die daar toezicht op kunnen houden en dus die macht wat kunnen inperken?

Katan: Er wordt gecontroleerd of die nieuwe gewassen geen ziektes veroorzaken. Er is geen controle op de macht die bedrijven krijgen door die nieuwe technologie. Daar gaan die commissies voor de gezondheid van voedingsmiddelen niet over.

BNR: Meer toezicht op deze particuliere industrie zou dus wel wenselijk zijn. Want strijden tegen de genetisch gemodificeerde voedselindustrie, dat heeft geen zin.

Katan: Onze maatschappij gelooft in marktwerking en deregulering. Dan hou je de macht van Monsanto en consorten niet in toom met maatregelen tegen genetisch gemodificeerd voedsel. Genetisch gemodificeerde voedingsmiddelen zijn niet tegen te houden. Ook in Nederland niet. Het is dé techniek om goedkopere en “betere” planten en beesten te maken. Als je vindt dat bedrijven niet teveel macht moeten hebben, moet je dat politiek regelen en niet langs de omweg van gezondheid.

BNR: Door streng toezicht kan er bovendien niet worden geknoeid met voedsel. Want gebeurt dat weleens?

Katan: Theoretisch kan een bedrijf vreselijke dingen doen. Je kunt met genetische manipulatie vergif inbouwen in appels. Maar een autofabrikant kan ook auto’s maken met ondeugdelijke remmen. Zolang je goed toezicht hebt gebeurt dat niet.

BNR: Het is dus gewoon een kwestie van wennen?

Katan: Ja, ik denk dat het verzet in Europa langzamerhand zal verdwijnen. Voedsel zal worden veredeld op de moderne manier, door knippen en plakken van DNA. Bedenkt wel dat we al duizenden jaren ons voedsel genetisch veranderen. Alleen werd dat gedaan door kruisen. De laatste vijftig à honderd jaar werden bovendien de erfelijke eigenschappen van planten veranderd met behulp van radioactiviteit en kankerverwekkende chemicalien. Dat klinkt dreigend maar het is gewoon een manier om een plant of een beest erfelijk te veranderen. Die radioactiviteit en die chemicalien kwamen het laboratorium niet uit. Maar zo zijn de appelbomen, de aardappelplanten en de tarwe gekweekt waar we nu appels, friet en brood van eten. En die zijn wel toegestaan.

BNR: Geen reden dus tot onrust, zegt BNRs voedingsdeskundige Martijn Katan.