alt
play / pauze / stop
 

In Nederland krijg je niet zo gemakkelijk een recept voor antibiotica van de dokter. Die is daar zuinig mee. Dankzij die zuinigheid hebben we in Nederland betrekkelijk weinig last van ziekenhuisbacteriën die resistent zijn tegen antibiotica zoals meticilline.[1] Minder tenminste dan  in landen waar de dokters scheutiger zijn met antibiotica. Resistentie wordt namelijk veroorzaakt door te overvloedig gebruik van bacteriedodende middelen. De gevoelige bacteriën gaan er van dood, maar vroeg of laat zit er één tussen die wel tegen dat antibioticum kan, en die verspreidt zich vervolgens door het hele ziekenhuis, of door de hele familie. Patiënten uit Spanje en Italië of andere landen waar ze kwistig zijn met antibiotica moeten in Nederlandse ziekenhuizen eerst in quarantaine om te controleren of ze geen resistente bacteriën bij zich dragen.

Wie ook in quarantaine moeten zijn varkenshouders en kippenhouders. In de Nederlandse veeteelt worden namelijk heel veel antibiotica gebruikt, meer dan waar ook ter wereld.[2] [3] Veetelers gebruiken in Nederland vijf keer zoveel antibiotica als alle dokters bij elkaar. Dat is omdat in die gigantische stallen gemakkelijk epidemieën uitbreken.[4] Bovendien groeien varkens en kippen sneller als ze je antibiotica geeft, dus het strooien met antibiotica levert geld op.[5]

Als gevolg daarvan bevatten veel kippen en varkens resistente bacterieën. Als je je karbonaadje goed doorbakt hebt je daar geen last van, maar langs een omweg krijg je er toch mee te maken. In de stal springen die resistente bacteriën namelijk over van de beesten op de varkenshouder, de dierenarts en wie er verder rondloopt. Die besmetten vervolgens andere mensen, en die besmettingen zijn heel moeilijk te behandelen. Vandaar dat varkenshouders en dierenartsen in het ziekenhuis apart worden gehouden,[6] maar ook zonder dat ze zelf ziek zijn besmetten ze andere mensen.[7]

Het kan ook anders, en beter. Biologische veetelers zijn veel zuiniger met antibiotica dan reguliere fokkers, en daardoor zijn de bacteriën in de darmen van biologische varkens en kippen meestal nog wel gevoelig voor antibiotica.[8] [9]Wat dat betreft kunnen de gangbare varkens- en kippenfokkers nog wat leren van hun biologische collega’s. Er moet snel gestopt worden met het strooien met antibiotica in de veehouderij. Antibiotica zijn van levensbelang, en moeten niet verspild worden aan varkens en aan kippen.



[2] Resource, weekblad voor Wageningen Universiteit en Research Centrum, 18 juni 2009.
“In vergelijking met andere Europese landen waarvan veterinaire verbruikscijfers bekend zijn, is het antibioticagebruik per dier in Nederland het hoogst. Het gebruik van antibiotica in de Nederlandse varkens- en kippenhouderij is vijf keer zo hoog als in de humane gezondheidszorg in Nederland. Het gebruik bij melkvee is even hoog als bij mensen. Het gebruik wordt uitgedrukt in dagdoseringen per dierjaar. Een Nederlandse melkkoe ontving in 2007 gemiddeld bijna zes keer per jaar een dosering antibiotica, vleesvarkens ruim zestien keer, zeugen en ¬biggen ruim 22 keer, en vleeskuikens 33 keer per jaar per jaar. Vooral het gebruik bij vleeskuikens nam tussen 2004 en 2007 sterk toe: van 19 naar 33 dagdoseringen, aldus het LEI in het rapport Antibioticagebruik op melkvee-, varkens- en pluimveebedrijven uit februari 2009. Ook bij vleesvarkens nam het gebruik toe.”

[3] N. Bondt. Antibioticagebruik op melkvee-, varkens- en pluimveebedrijven in Nederland. Gebruik in 2007 in vergelijking met voorgaande jaren. Rapport 2009-015. LEI Wageningen UR, Den Haag

[6] Vandenbroucke-Grauls C.M.J.E. Meticillineresistente Staphylococcus aureus bij veehouders. Ned Tijdschr Geneeskd. 2006

[8] Hoogenboom LA. Contaminants and microorganisms in Dutch organic food products: a comparison with conventional products. Food Addit Contam Part A  Chem Anal Control Expo Risk Assess. 2008.