play / pauze / stop
 

Deze week ben ik voor een conferentie in de Verenigde Staten. In de wandelgangen hier wordt veel gesproken over de burgemeester van New York, Michael Bloomberg. Die doet namelijk opmerkelijke dingen op het gebied van fastfood en gezondheid.

Het begon twee jaar geleden. Toen voerde het stadsbestuur van New York een verbod in op het gebruik van zogenaamd transvet in fastfood. Transvet is een soort vet dat slecht is voor je hart. Amerikanen aten er een miljard kilo per jaar van,[1]vooral in de vorm van fast food. Maar vanaf 2007 mocht dat in New York niet meer, fastfood ketens kregen zelfs al een boete als er transvet in hun keukens werd aangetroffen. Andere steden volgden dat voorbeeld, en transvet is nu in heel Amerika aan het verdwijnen.

Dat was een triomf voor de burgemeester en voor Tom Frieden, zijn Health Commisioner. Dat is zoiets als het hoofd van de GGD.

Na het verbod op transvet volgde vorig jaar de verplichting om op het menu met grote letters te vermelden hoeveel calorieën er in een gerecht zitten. Als je in New York nu een McDonald’s binnenloopt en omhoog kijkt naar het menubord achter de kassa om een hamburger uit te zoeken staan naast de prijs de calorieën vermeld.

Net als bij transvet protesteerden McDonald’s, Burger King, en andere ketens heftig. Maar dat hielp niet. De maatregel lijkt te werken, want klanten kiezen gemiddeld gerechten met minder calorieën erin.[2] New Yorkers die ik sprak waren ervan geschrokken — hoeveel calorieën er niet alleen in fastfood zat , maar ook  in een muffin of koekje bij Starbucks, de bekende koffieketen. Er komt daardoor vraag naar minder dikmakende snacks, en de ketens passen hun aanbod daarbij aan. McDonald’s verkoopt magere yoghurt met fruit en granola, dat is een soort muesli, en bij Starbucks kun je havermoutpap krijgen, en volkorenbroodjes zonder beleg.

Ook deze New Yorkse wetgeving wordt in andere steden nagevolgd. Ook in Boston, Seattle en Philadelphia moeten binnenkort de calorieën worden vermeld op de prijskaart en het menubord. Dat is een teken hoe serieus Amerika het vetzuchtprobleem neemt. Het werd ook wel tijd, want je schrikt ervan hoeveel extreem dikke mensen hier rondlopen.

Intussen wordt er wel wat aan gedaan, vooral bij kinderen. Op de scholen zijn de gymnastieklessen terug, en de frisdrank-automaten zijn op veel scholen verboden. Het lijkt te werken, want het aantal dikke kinderen was in Amerika in het laatste landelijke onderzoek voor het eerst sinds tientallen jaren gedaald. Tenminste bij de blanke kinderen. Bij zwarten en bij Mexicaanse immigranten blijft het aantal dikke kinderen schrikbarend groot.[3]

Bloomberg’s volgende project wordt het terugdringen van wapenbezit.[4] Of hem dat lukt weet ik niet; want Amerikanen hechten minstens zoveel aan hun pistool als aan hun Hamburger. Maar burgemeester Bloomberg heeft wel laten zien hoeveel verschil een politicus met guts kan maken.



[1] Om precies te zijn aten ze 8 miljard pond oftewel 3.6 miljard kilo partieel geharde vetten. Die bevatten ongeveer 25% transvet oftewel 0,9 miljard kilo (8 miljard pond: bron, persoonlijke mededeling Michael Jacobson, maart 2008)

[2] Blijkens onderzoek door de Health Department van NY van bonnetjes waar de aankopen van klanten op staan
 
[3] Wilson TA. Nutrient Adequacy and Diet Quality in Non-Overweight and Overweight Hispanic Children of Low Socioeconomic Status: The Viva la Familia Study. Journal of the American Dietetic Association, 2009
 
[4] Toespraak van Bloomberg bij het in ontvangst nemen van een prijs van de Harvard Universiteit. Mondelinge mededeling van een hoogleraar van Harvard.
 
Een interessante column, gerelateerd aan dit onderwerp: Hey Waiter! There's a Megacalorie in My Stew!