Martijn B. Katan

Em. hoogleraar Voedingsleer
Vrije Universiteit Amsterdam

Veel mensen slikken geneesmiddelen voor kwalen die je ook kunt bestrijden met gezond eten.

Nederlanders slikken voor bijna een miljard euro per jaar aan medicijnen ter voorkoming van hart- en vaatziekten terwijl de kans daarop ook kan worden verlaagd door gezondere soorten vet te eten, en minder zout. Ook afvallen verlaagt het risico. Vandaar de terugkerende suggestie om belasting te heffen op ongezond voedsel. Maar gaan mensen daar gezonder van eten?

Bij sigaretten werkt het wel: bij elke 10% stijging van de prijs van tabak daalt het aantal jongeren dat gaat roken met 6%. Ook het alcoholgebruik daalt als drank duurder wordt. En veel Amsterdammers zijn gaan fietsen toen parkeren in het centrum heel duur werd. Als ongezonde levensmiddelen duurder worden gaan mensen misschien dus gezonder eten.

Het indelen van levensmiddelen in gezond en ongezond is geen onoverkomelijk probleem. In de supermarkt vind je nu al een Klavertje of “Ik Kies Bewust” logo op gezondere producten. Die producten bevatten onverzadigd vet in plaats van verzadigd of transvet, minder zout, minder suiker, en meer vezel. Daardoor zijn ze beter voor het cholesterol, de bloeddruk, de tanden en de stoelgang.

Je valt er echter niet van af. Je valt namelijk niet af van gezond eten maar alleen van minder eten. Tegen vetzucht heb je dus niet zozeer een belasting nodig op ongezonde vetten, suiker of zout maar één op calorieën. Dan worden chips en chocola duurder maar olijfolie en perssinaasappels ook. Dat is ongewenst, en bovendien is nooit goed onderzocht of het duurder maken van calorieën helpt tegen vetzucht. Misschien werkt het, maar je kunt je ook voorstellen dat een calorieëntax de armste en dikste mensen naar McDonald’s drijft, want fastfood blijft het goedkoopst.

Een calorieëntax moet dus grondig worden getest voor we hem loslaten op zestien miljoen mensen, want wat op papier een goed idee lijkt pakt in de praktijk vaak anders uit. Is zo een test uitvoerbaar? Ja, iets dergelijks is eerder vertoond. Vijftig jaar geleden speelde de vraag of fluoride hielp tegen tandbederf. Om dat uit te zoeken is zes jaar lang aan het drinkwater in Tiel fluoride toegevoegd en aan het water in het naburige Culemborg niet. Na die zes jaar hadden de kinderen in Tiel veel minder gaatjes in hun gebit. Daarmee was bewezen dat fluor niet alleen in het laboratorium werkt maar ook in de praktijk.

Een experiment met een calorieëntax is lastiger dan met fluor, maar obesitas is ook een ernstiger probleem dan rotte tanden. Maatregelen tegen vetzucht – zoals een belasting op dikmakend eten – verdienen daarom een serieuze praktijktest, ook al is dat niet gemakkelijk.

Uit: De Volkskrant, katern Hart en Ziel, 13 oktober 2007.